Geplaatst door: 
Verhaal

’t Siepelke: derde generatie Oude Tijdhof blaast buurtcafé nieuw leven in.

Auteur: 
Ben Siemerink en Harry Jutten

Waren het in de eerste helft van de jaren ’70 vooral de Trio Club en Apollo 11 die dongen om de gunsten van het jeugdige uitgaanspubliek, in 1976 diende zich een geduchte concurrent aan. Johnny oude Tijdhof begon een discotheek aan wat toen nog de Bentinckstraat was, op de plek waar zijn vader (‘Toon van ’n Siepel’) en grootvader ooit een buurtcafé runden. Het buurtcafé – ‘n Siepel in de volksmond – was daarvoor zo’n tien jaar verhuurd geweest aan Toon Visscher (‘Toon van de grote Pruus’), nadat de ouders van Johnny waren overleden. In die tijd mochten kinderen wettelijk pas over een erfenis beschikken als zij 25 jaar of ouder waren.


Johnny oude Tijdhof was 28 toen hij het familiebedrijf weer nieuw leven in blies. Hij was toen net getrouwd. Het buurtcafé van zijn ouders werd in recordtijd omgebouwd tot een discotheek. Johnny had – werkzaam bij biljartpaleis Stokkers in Enschede en als fervent discotheekbezoeker – voldoende om zich heen gekeken in het uitgaansleven om te weten waar de toekomst lag in de horeca. Als eerbetoon aan zijn ouders en zijn oma, afkomstig uit Ootmarsum, noemde hij zijn nieuwe discotheek ’t Siepelke. Rond het carnaval van 1976 maakten Johnny en zijn vrouw Gerda met de nieuwe discotheek een vliegende start in de Boeskoolstad.

Lage consumptieprijs
De lage drempel en de gemoedelijke sfeer zorgden voor een enorme toeloop in ’t Siepelke. Met name jongeren uit Oldenzaal en plattelandsjongeren uit noordoost Twente kwamen er graag, waarbij de zeer lage consumptieprijs van 90 cent van doorslaggevende betekenis was. Tijdens carnaval introduceerde Johnny oude Tijdhof een passe partout van 10 gulden voor het hele carnavalsweekend. Johnny van ’n Siepel was daarmee al gauw spekkoper in deze hoogtijdagen voor de Oldenzaalse horeca, omdat de andere discotheken per avond een fikse toegangsprijs vroegen. Tijdens de Drie Dolle Dagen zat zijn zaak bomvol, maar zelfs op de dinsdagavond na het traditionele bokverbranden wist hij nog de nodige die hards aan zich te binden met de ‘Optocht van de lege portemonnee’s’ in ’t Siepelke, met muntjes voor een gulden….

Zelden trammelant
Waar de Trio Club van Paul Borghuis in die tijd toch wat meer gericht was op publiek uit Enschede en Hengelo, mikten Johnny oude Tijdhof en zijn vrouw Gerda vooral op de jeugd uit Oldenzaal en omliggende plattelandsdorpen als Denekamp, Ootmarsum, Rossum en De Lutte. Trammelant was er zelden. Door als eigenaar zelf glazen te halen wist hij precies wat voor vlees hij in de kuip had en slaagde er, in samenspraak met z’n personeel en portiers, meestal wel in dreigende opstootjes in de kiem te smoren. Iedereen accepteerde het natuurlijke gezag van Johnny, die niet schroomde om lastige klanten hoogstpersoonlijk de deur uit te werken. In de regel was de sfeer bij ’t Siepelke echter uiterst gemoedelijk. Johnny’s vrouw Gerda, die de boekhouding deed maar ook regelmatig achter de bar stond, had zelfs een eigen fanclub van vaste gasten. Van hen kreeg Gerda, ten teken van hun aanhankelijkheid, op een gegeven moment een armbandje met inscriptie.

Bevoegd gezag
Natuurlijk dreigde het ook bij ’t Siepelke ook wel eens uit de hand te lopen, wanneer opspelende hormonen in combinatie met alcohol de overhand kregen bij jeugdige bezoekers. In dat soort situaties wist Johnny zich gesteund door het plaatselijke bevoegd gezag, waarmee hij goede contacten onderhield. Zo herinnert hij zich dat een diender hem dreigde de tent op slot te gooien wanneer hij het nog eens waagde ’t Siepelke op eerste kerstdag open te doen. Oude Tijdhof ging verhaal halen bij de korpschef, die hem meteen geruststelde: Dat beslis ik nog altijd! Daarmee was de kou uit de lucht. Pas later bleek waarom de korpschef op de hand van Oude Tijdhof was. Johnny, na al die jaren nog na genietend: ‘De zoon van de korpschef, een jongen met lang zwart haar, was vaste klant bij ons. Hij had tegen zijn vader gezegd, dat er nooit trammelant was bij ’t Siepelke. Dat was ook zo. Wij weigerden ook geen jongens met lang haar, zolang ’t maar verzorgd was.’

Gummiknuppels
Hoewel de contacten met de lokale politie uitstekend waren, maakte Johnny oude Tijdhof er alleen in uiterste noodzaak gebruik van. Dat was het geval, als hij eens een groepje vervelende en agressieve Enschedeërs aan de deur krijgt. Als de ten einde raad gewaarschuwde hermandad arriveerde, sommeerde één van de agenten Oude Tijdhof om het licht buiten uit te doen. Johnny: ‘Ik wilde eerst nog weten waarom, maar hij zei alleen maar: doe nou maar uit. Dat heb ik toen maar gedaan en even later bleek waarom. In het donker werd met gummiknuppels even afgerekend met die groep. Ja, dat kon allemaal nog in die tijd.’ Over het algemeen wisten Johnny oude Tijdhof met zijn personeel overigens zelf wel de bezoekers in het gareel te houden. ‘Ze wisten heel goed wat ze aan me hadden. Als je trammelant maakt, dan vlieg je er uit!’ Echtgenote Gerda vult aan: ‘Johnny had de wind er goed onder. Op een gegeven moment stonden de brommers en de fietsen op het pleintje voor de zaak zelfs keurig in het gelid.’ Johnny herinnert zich nog een voorval, waaruit blijkt hoe in die tijd dreigende problemen werden opgelost. ‘Op een avond kwam er een vaste groep jongens uit Rossum, waarvan er één een motorzaag bij zich had. Of ik die even voor hem wilde bewaren. Op de vraag wat hij met die motorzaag moest, gaf hij geen antwoord. Ik heb er verder ook niet naar gevraagd en dat ding ergens weggeborgen. Later bleek, dat ze hadden geprobeerd met die motorzaag een stuk uit de deur bij de Trio Club te zagen, omdat ze daar niet naar binnen mochten….’

Kelder
De toeloop naar ’t Siepelke was zo groot, dat Oude Tijdhof zich in 1978 al genoodzaakt zag de zaak ingrijpend te verbouwen. Daarbij werd in de kelder een tweede discotheek ingericht. Daar werd door de dj’s voornamelijk Nederlandstalig (feest)repertoire gedraaid. Met die kelder erbij kon ’t Siepelke dan in totaal zo’n 1000 jongeren herbergen. Johnny oude Tijdhof introduceerde dan ook een noviteit in zijn discotheek: de videoclip. Op tv-schermen werden doorlopend tekenfilmpjes getoond van….Donald Duck. Johnny kan er achteraf nog wel om lachen: ‘Ik had dat ergens gezien en dacht, dat is ook wel iets voor ons. Ik vond zelf die tekenfilmpjes van Donald Duck hartstikke leuk, dus die lieten we dan zien, met ondertitels….’ Naast de tekenfilmpjes en videoclips bepaalden dj’s als Harry – ‘Vogel’ – Wijering, Ron Geerdink en Hans Sombekke de aantrekkingskracht van ’t Siepelke. Johnny oude Tijdhof zag scherp toe op de muziekkeuze van zijn dj’s. Samen met hen zocht hij wekelijks de beste plaatjes uit, waarvan hij de titels en uitvoerenden keurig bijhield in schriftjes. Die schriftjes heeft hij na al die jaren nog altijd en hij heeft ook nog altijd kisten vol singles op zolder. ‘Die zijn intussen heel veel geld waard, maar ik doe ze niet weg. Voor geen goud.’ Waar het kan, probeerde Johnny zijn dj’s te ‘sturen’ in de platen die ze draaien. ‘Een tijd lang heb ik ze verboden om “Oerend hard” van Normaal te draaien. Want ik wist: als dat nummer gedraaid wordt, dan beginnen ze met bier te gooien. Ik heb ook wel eens een plaatje doormidden gebroken, omdat ik vond dat het niet paste in mijn discotheek. Je moet een dj sturen. De meesten draaiden platen die ze zelf mooi vonden, maar ik vond altijd dat je plaatjes moet draaien die het publiek mooi vindt.’

Expansiedrift
Ook na de uitbreiding met de discotheek in de kelder bleek het einde van de onstuitbare groei van ’t Siepelke nog lang niet in zicht. Johnny oude Tijdhof wilde ter plekke wel uitbouwen, maar die expansiedrift stuitte niet alleen op bezwaren van de buurt (Walgaarden-flat), maar ook van de gemeente. Een buurtbewoonster hield een enquête, waaruit zou blijken dat de discotheek overlast zou veroorzaken. Met een ‘tegen-enquête’ toonde Oude Tijdhof weliswaar gemakkelijk het tegendeel aan, maar de publieke opinie (en ook de gemeentelijke politiek) had zich dan al tegen hem gekeerd. Johnny oude Tijdhof koos – met pijn in het hart – eieren voor zijn geld. Hij week uit naar Hengelo, om daar in 1979 opnieuw te beginnen met een discotheek: in het voormalige VIOS-gebouw. De plek, waar ooit Paul Borghuis zijn eerste discotheek begon: de Trio Club. Tijdhof noemde zijn discotheek in Hengelo ‘De Siepel’.
 

Fotomateriaal: Beschikbaar gesteld door de gemeente Oldenzaal en diverse privé collecties.

In het boek “Een verdraaid mooi tijd” wordt de opkomst en neergang van Oldenzaal als discostad beschreven. Het boek is te koop bij de (regionale) boekhandel.

Naar Inhoudsopgave


 

 

Reacties