Geplaatst door: 
Verhaal

Harry Goorhuis – Tegelijk praten én de naald op de plaat zetten.

Auteur: 
Ben Siemerink en Harry Jutten

Het discjockey-c.v. van Harry Goorhuis begint in 1970 of 1971 - ‘dat weet ik niet meer precies’ – als de dan nog piepjonge Hengeloër als scholier van zijn broer de tip krijgt dat Paul Borghuis en Riny oude Keizer discjockeys zoeken voor de Trio Club in Oldenzaal. ‘Is dat nich wat veur diej? Dat kun’ie wa’, zei mijn broer. ‘Ik heb toen meegedaan aan een discjockeywedstrijd. De anderen konden aardig kletsen, maar ik was de enige die de naald ook onder het praten in de microfoon goed op de plaat kon krijgen. Dat was genoeg. Ik was aangenomen.’ Harry Goorhuis had in zijn middelbare schoolperiode al wat ervaring opgedaan met plaatjes draaien in de plaatselijke jeugdsoos De Sjook.


Goorhuis begon te draaien in het voorcafé van de Trio Club. ‘Frans Vogelzang, Diny Teggelaar en José Kuipers stonden achter de bar. In de grote zaal draaide Jan ten Heuw. Het was de bedoeling dat ik hem zou gaan opvolgen.’ Het duurde niet zo lang tot Harry promoveerde naar de grote zaal. Die was aangekleed in een western-stijl met veel ruwe planken, een eikenhouten bar en de nodige karrewielen om het oud te laten lijken. Er waren nisjes waar groepjes en stelletjes zich wat konden afzonderen en de oude parketvloer van de voormalige Gouden Leeuw-zaal diende als dansvloer. De discotheek was verwerkt in een decor van een boerenkar met oude wielen en een overkapping met oude dakpannen. ‘Er was toen een jongen die ongelofelijk handig was met techniek. Hij had een televisietoestel gemonteerd, waarop hij de muziek die gedraaid werd in sinusgolven kon laten zien. Dat was heel bijzonder in die tijd, zeg maar high tech.’

Forse baard
Harry Goorhuis had in die periode een forse baard en hij droeg zijn haren tot over de schouders, wat niet helemaal aansloot bij het toelatingsbeleid van Paul Borghuis. ‘Zo heel streng was het nou ook weer niet, maar al te lang haar en gympies waren taboe. Als er dan gasten waren die aan Paul’s portier Herman Mulders vroegen waarom ik er wel naar binnen mocht, terwijl jongens met even lang of zelfs nog korter haar geweigerd werden, dan zei Herman doodleuk: ja, maar hij werkt hier. Het was allemaal heel dubbel met dat fatsoenlijke, want tegelijk werden er bijvoorbeeld ook hotpants-verkiezingen gehouden. Dat was een heel spektakel toen.’ Goorhuis herinnert zich dat er tussen de drukke bedrijven door een hoop gein werd gemaakt door het personeel en de dj’s onderling. Hij vermoedt dat bijvoorbeeld het ‘bezemkastincident’ bij een aantal betrokkenen nog wel ergens diep in het geheugen verankerd zal liggen. ‘Van twee collega’s, voor het gemak even Hans en Carla, was bekend dat zij het flink van elkaar te pakken hadden. Op een avond vroeg Hans of er een mooi plekje was waar hij zich even een kwartiertje met Carla zou kunnen terugtrekken. We hadden toen een ruime voorraad- annex bezemkast, waarvan alleen de portier en Paul Borghuis een sleutel hadden. De deur van die kast kon alleen aan de buitenzijde afgesloten worden. Hans en Carla spraken af dat de portier na een kwartier de deur weer zou openen. Iemand heeft toen Paul Borghuis gebeld, die boven de zaak woonde, en een beetje met drukte gemeld dat de handdoekenrol in het damestoilet op was. Of hij dat even wilde omwisselen, want niemand had de handen vrij. Dus liep Paul met zijn eigen sleutel naar die kast, terwijl Hans en Carla net een beetje op stoom waren gekomen …Ze hebben er allemaal wel om kunnen lachen achteraf.’

Corner Club
Het einde van de Trio Club-tijd kwam voor Harry Goorhuis toen vader en zoon Nieman van de Corner Club bij hem kwamen met de vraag of hij hen wilde komen draaien. ‘Ik werkte op de zaterdag en zondag bij de Trio Club. Bennie olde Olthof van De Herbergh in Hengelo had mij eerder al gevraagd om op woensdag en vrijdag voor hem te komen draaien. Ik zag daar niet zoveel problemen in, maar Paul Borghuis was er niet zo blij mee toen hij er achter kwam. Ik denk dat vanaf die tijd het concurrentiebeding zijn intrede heeft gedaan in de contracten voor medewerkers. Ik was altijd met draaien bezig. Op de zondagmiddag deed ik als Peter Holland een drive in-show in Nijverdal en omstreken. Peter Holland was toen een bekend radio-discjockey, maar niemand wist hoe hij er uitzag. Mijn stem kwam aardig in de buurt bij die van hem, dus kon ik wel doorgaan voor Peter Holland.’ Harry Goorhuis was de eerste discjockey in Oldenzaal die zijn show aan elkaar plakte met jingles, die ook op de populaire zeezenders van destijds als Radio Caroline en Radio Mi Amigo te horen waren. Harry Goorhuis kreeg deze muzikale herkenningstunes van vrienden die daarvoor de opnames maakten aan de Gelderlandstraat in Enschede. Via een koerier en een vissersboot werden de opnamebanden naar de uitzendschepen vervoerd. Een kopie ging naar Oldenzaal, waar het uitgaanspubliek er exclusief van kon genieten.

Verlichte dansvloer
Het gegeven dat zijn goede vriend Jan Assink bedrijfsleider werd in de Corner Club en dat ook veel van zijn vrienden er kwamen, maakte de overstap voor Harry Goorhuis een stuk makkelijker. ‘De mensen hingen er letterlijk met de benen uit en ze stonden werkelijk in rijen voor de deur. De zaak was prachtig ingericht met allemaal nieuwe ingrediënten, zoals de verlichte dansvloer en de verlichting.’ Niet alleen vanwege de bijzondere inrichting was de Corner Club een buitenbeentje onder de Oldenzaalse discotheken. Zo bestonden uitbater Eddy Nieman en zijn vader het op een gegeven moment om in zee te gaan met het biermerk Stella Artois. Dat was vloeken in de dorstige Oldenzaalse kerk, waar erkende kleinere merken als Gulpen, Hertog Jan of Brand, mits goed getapt, nog wel de goedkeuring konden wegdragen. Maar Stella Artois…. ‘De wereld was te klein’, herinnert Harry Goorhuis zich nog heel goed. Vanachter zijn discotheek zag hij hoe de klanten in grote getale de voorkeur gaven aan cola-cognac, waarbij een lekker zachte vieux moest doorgaan voor cognac. Om het tij nog enigszins te keren, introduceerde het biermerk een speciaal biertje onder de naam Stella Special Dutch. Goorhuis:’ Het zal ook gekomen zijn door de wat meer op uiterlijk vertoon, trendy kleding en standing gerichte sfeer, waardoor dit vreemde bier het als favoriete drankje moest afleggen tegen kleurige likeurtjes, wijn en mixjes van allerlei aard.’  Behalve Harry Goorhuis draaiden in de hoogtijdagen van de Corner Club onder anderen André Platvoet, Jules Bilous en Jan Tibben. Goorhuis: ‘Al met al heb ik daar vijf jaar gedraaid. Toen vond ik het wel goed. Ik had het wel gezien. Ik had toen al mijn winkel in In den Vijfhoek en was daar heel druk mee. Dat was in slijterij ’t Koperen Hondje aan de Hofstraat. Dat zat toen aan de achterzijde van hotel De Gouden Leeuw, waarin de Trio Club gevestigd was. Ik huurde die ruimte voor 150 gulden per maand van Paul Borghuis.’ Harry Goorhuis is nog maar zelden achter een draaitafel te zien. Het is een afgesloten hoofdstuk, al bewaart hij aan die tijd de beste herinneringen.

Reacties