Geplaatst door: 
Verhaal

Biografie - Y-Sect - Enschede

Auteur: 
Pel Kotkamp (Poparchief Twente)

De band Y-Sect is een vervolg van de band The Sea Cats

Omdat de naam The Sea Cats te veel een rock & roll naam is, terwijl er al veel rhythm and blues gespeeld wordt, wordt de naam van de band dan gewijzigd in Y-Sect. Roy heeft dat bedacht, maar het is niet meer bekend waar de naam eigenlijk vandaan komt. Pa Gemser treedt op als hun manager en oma Krabbenbos koopt een Volkswagen-bus waarmee de band naar de optredens kan worden gereden door Pa Gemser. Ze sponsort zelfs de benzine. Na optredens worden de instrumenten weer bij oma gebracht en oma – in de nachtpon - zorgt dan voor koffie en broodjes met knakworst, ook als ze diep in de nacht terugkomen. Rudi van Dalm treedt op als een soort supervisor van de band. Hij geeft advies, maar zijn adviezen gaan te veel in de richting van de Indo-Rock en dat strookt niet helemaal met de ideeën van het gros van de bandleden.

Na de eerste optredens haakt Siep Gemser af en hij wordt vervangen door Rudi Woudstra, die een Schaller basgitaar heeft met Geloso versterker, later vervangen door een Marshall bas met Sellner versterker, gekocht bij van Weersel in Enschede. In de nieuwe samenstelling komt er meteen weer een optreden, nu in het kerkgebouw aan de Dieselstraat op het Tuindorp.

Ze spelen er r&b nummers, maar ook hits zoals ‘Pictures of Mystic Man’ van Status Quo, ‘Young Girl’ van de Union Gap, ‘San Francisco’ van Scott McKenzie. ‘Massachussets’ van de Bee Gees, maar ook de eerste soulnummers komen in hun repertoire waaronder ‘My Girl’ (Otis Redding) en ‘When a Man Loves a Woman’ (Percy Sledge). Ze worden steeds beter en zijn regelmatig te horen in de Dieselstraat, maar ook al in Duitsland in het plaatsje Greven. In 1967 nemen ze deel aan een talentenjacht in Den Haag, maar vallen niet in de prijzen. Roy Gemser is het dan niet meer eens met de keuze van de liedjes en verlaat de groep, net als Eedje van der Meij. Rudi kent Toon Faulhaber en vraagt hem om in de band te komen. Toon zegt “dat lijkt me wel wat, ze hebben apparatuur, een bus, installaties en gitaren, alles, niet moeilijk voor mij”. En dat klopt ook wel, want Toon heeft alleen een akoestische gitaar en moet vóór een optreden altijd een elektrische gitaar lenen van iemand en de band moet dan eerst met de auto naar dat adres. Als drummer wordt Freddie van de Woude gevraagd. Ook komt Hans Paschold bij de band. Hij is sologitarist bij de band Spike en vriend van Henk Weustink. Ze zoeken echter een toetsenist, maar ook dat kan hij en zo wordt hij toegevoegd. Hij koopt een Eminent orgel bij Tonnema dat te groot en te zwaar is om te vervoeren. Het orgel wordt in tweeën gedeeld en gaat mee zonder onderstel. De Davoli versterker wordt bij Huigens gekocht. De band met de Gemsers is nu verbroken en Jack Foss wordt hun manager. Hij heeft veel goede kontakten en hij zorgt voor veel optredens. Maar niet altijd zijn dat goede evenementen. In Emmercompascuum is er geen hond in de zaal. De band begint en 3 á 4 stelletjes zijn aanwezig. De eigenaar komt naar hen toe en zegt “hier heb je je geld, stop er maar mee en ga maar naar huis”. Al vanaf het begin hebben ze een vaste roadie, Henk Weustink. Hij regelt alle apparatuur en zorgt overal voor en neemt de leden veel werk uit handen. Door de uitbreiding van de band kunnen ze niet meer oefenen bij oma en verhuizen in de loop van 1968 naar café Engels in Enschede. Daar repeteren ze op de donderdagavond vlak vóór The Buffoons. Omdat Henk Breuring een grote bos donkere krullen heeft, geeft Bob Luiten van The Buffoons hem de bijnaam ‘Mozart’ en zo wordt hij jarenlang genoemd. Om de week treden ze op in Engels en mogen daarom gratis repeteren.

Vanaf dat moment zijn ze vaker te horen en te zien in Enschede dan in Hengelo en spelen ze iedere week in het Enschedese clubcircuit zoals bij de Katheker, in café Lucky Star aan de Noorderhagen waar nu het muziekcentrum is - waar 3 bars boven elkaar zijn en waar ze op de eerste verdieping spelen en Henk en Gerrit vanwege de ruimte op de trap moeten staan - en iedere zondagmiddag in de Eastern Star Club in de Oude Hoeve, de Boerderij aan de Haaksbergerstraat - waar ze bij elk optreden door de eigenaar gesommeerd worden om zachter te spelen - . Collega bands in hetzelfde circuit zijn dan o.a. The First Move, The Honest Men en Teach-In, dan nog met zangeres Hilda Felix. In de loop van de Engels tijd, komen er 2 blazers bij de band. Het zijn Harry Schwankhuizen op trompet en Kees Holter op saxofoon. Vanaf dat moment wordt er meer en meer soulmuziek gespeeld en wordt de band een soulband. Eind 1968 wordt Freddie vervangen door drummer Huong Ling. Ze oefenen op dat moment niet meer bij Engels, maar zijn naar de Boerderij op de Wesselerbrink verhuisd. Daar is een combi oefenruimte op de zaterdagmiddag en ze spelen direct ná The First Move.

Ze spelen steeds verder weg zoals in Nijmegen naast de brug, in de Poort van Kleef in Amersfoort, twee dagen achter elkaar in Dordrecht samen met The Swinging Soul Machine, tijdens een bedrijfsfeest van de Bamshoeve, in de Muchte in Losser, in Emsdetten, Duitsland en ze doen mee met 100 jaar metaalstad in Hengelo, waar na hen The Buffoons en daarna Cuby and the Blizards optreden. Bij Zandwijk en bij Koebrugge in Vriezenveen treden ze een aantal keren op. Met name bij Koebrugge geeft dat een probleem. De band speelt –net als de Hengelose band Faghm- het nummer ‘Amen’ en krijgt daarbij het aanwezige publiek dan ook op de knieën. De burgemeester van de christelijke gemeente sommeert hen om Amen niet meer te spelen. De band besluit om dat juist wel te doen en hebben het nummer al 3 keer gespeeld en het publiek vindt het prachtig. De burgemeester verschijnt op het podium, stopt de band en draagt het publiek op om allemaal te gaan staan, anders wordt iedereen de zaal uitgegooid. Het mankeert niet veel of dat was daadwerkelijk gebeurd. Iedereen vindt het wel een prachtige ‘happening’. Huong wordt na korte tijd vervangen door Eddy Tiggelaar, die ook maar kort bij de band is. Dan is Evert van der Wal reserve drummer en speelt mee als hij in de gelegenheid is. Hij is drummer van de bands Syndicate en The First Move en heeft veel ervaring. Onderweg in de auto trommelt hij achterin op een stuk binnenband en op de zittingen. Henk zingt er dan bij en zo wordt er onderweg geoefend. Bij een paar gelegenheden speelt ook Henk van de Wetering als drummer mee. Het is inmiddels half 1969. In augustus wordt het grote Woodstock festival in de USA gehouden. Rudi Woudstra besluit om daarnaartoe te gaan en gaat rondreizen in Amerika. Ze spelen met een verkleinde band nog even door, het laatste optreden is in Gronau met Evert van der Wal, maar de lol is weg en na 3 jaar worden er telefoontjes gepleegd met elkaar met als uitkomst ‘we stoppen’.

Verantwoording
Dit artikel is tot stand gekomen op basis van een interview met Gerrit Krabbenbos, Henk Weustink en Henk Breuring, door Pel Kotkamp.

Reacties