Geplaatst door: 
Verhaal

Apollo 11: ‘Ouwe zeuren’ maken plaats voor jeugd met legerjassen

Auteur: 
Ben Siemerink en Harry Jutten

Het uit Almelo afkomstige echtpaar Jan en Rie Liedenbaum heeft vanaf begin 1970 onmiskenbaar een groot aandeel gehad in de ontwikkeling van Oldenzaal tot een echte discostad. Dat ze relatief blanco het Oldenzaalse uitgaansleven konden instappen, heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat ze het in 1969 met hun café De Waag over een heel andere boeg durfden te gooien. Het buurtcafé op de hoek van de Waagstraat en de Boterstraat - een jaar eerder door hen overgenomen van de familie Krukkert – liep niet zo bijster en het was tijd voor een nieuwe impuls.

Het waren twee vaste gasten, Herman Vlutters en Willem Wekking, die met het idee van een discotheek op de proppen kwamen. Voor Jan en Rie een niet he­lemaal onbekend fenomeen, want bei­den gingen zelf ook regelmatig de hort op om te kijken hoe de horecazaken el­ders in de wereld werden aangepakt. In 1969 ging het roer radicaal om. Café De Waag werd discotheek Apollo 11. Het interieur werd jongeren- en feestproof gemaakt en in een hoek werd een dis­cotafel gebouwd, waar Herman ‘Fluitje’ Vlutters zijn talent als discjockey ten volle kon uitleven. Jan ging overal rond­kijken hoe een discotheek functioneert en Hennie Tervoorde, zeer vertrouwd met elektronica, zorgde dat het geluid en licht voor mekaar kwamen.

‘Ouwe zeuren’
Anno 2013 gaat het moderne uitgaans-leven in de Oldenzaalse binnenstad begrijpelijkerwijs een beetje voorbij aan Rie Liedenbaum-Eusterbrock. De ‘moeder’ van Apollo 11 is inmiddels 74 jaar, maar monter, gastvrij, goedlachs, spraakzaam en belangstellend als altijd. Ze geeft aan dat haar geheugen niet meer zo scherp is als het ooit was, maar al pratende en met wat hulp van haar zoon Harry blijkt er nog heel veel kennis uit de roemruchte Apollo-tijd paraat te zijn. ‘Voor zover ik dat terug kan halen, liep het al meteen heel goed. Ze stonden al voor openingstijd in rijen voor de deur om naar binnen te mogen. Wat wil je ook, er was weinig voor de jeugd te beleven in Oldenzaal.’ Het succes heeft Rie en Jan verrast maar niet echt overvallen. Zij hadden al wel gemerkt dat er duidelijk behoefte was aan iets nieuws in Oldenzaal. ‘En we waren meteen mooi van alle ouwe zeuren af die we altijd aan het schap hadden.’

Pasje
In haar gezellige woning aan de stadskant van de Kloosterstraat bladert Rie door een oud schrift met daarin de namen van alle pasjeshouders van destijds; keurig uitgetypt en op alfabetische volgorde. Een pasfoto met naam was voldoende. ‘Nee, het was niet moeilijk om een pasje te krijgen. En als iemand al een keer het pasje moest inleveren, dan praatten we het na een tijdje wel een keer uit. Dat ging er altijd gemoedelijk aan toe’, weet Rie zich te herinneren. Het blijkt dat tal van Oldenzalers en oud-Oldenzalers van rond de zestig nog over het pasje beschikken als souvenir uit een bijzondere periode in hun jonge leven.

Hofleverancier
Voor Jan en Rie is Heineken altijd de hofleverancier geweest. Toen Rie nog werkte bij Stoomspinnerij Twente en Jan een kantoorbaan had, was door hen al eens kenbaar gemaakt wel in te zijn voor een eigen zaak in de horeca. Voor het vertrek naar Oldenzaal maakten ze eerst nog een even wonderlijke als bijzondere zijstap. Jan en Rie werden beheerder van een oude school, waar Turkse gastarbeiders waren ingekwartierd. Dat bleek het toch niet helemaal te zijn en dus kwam de tip van een vertegenwoordiger van Heineken precies op tijd. Café ’n Krukkert in Oldenzaal kwam vrij. ‘Nico IJland hielp ons mooi voort en we hadden ook nog eens de luxe dat we mooi boven het café konden gaan wonen.’

Herman Vlutters
Zoals gezegd, was Herman Vlutters de discjockey van discotheek Apollo. Hij kreeg daarbij assistentie van jonge col­lega’s, zoals Hans ter Stege, Willy Wek­king, Frans Mensink, Laurens Spit en Jacques van Maanen. ‘Wat veel mensen niet meer weten is dat ook ene Derek de Lint hier wel eens binnen liep om plaatjes te draaien. Hij woonde hier­naast op nummer 10 en studeerde aan de AKI. Hij is later weer terug gegaan naar Den Haag, waar hij vandaan kwam.’ Derek de Lint werd later een bekend acteur.’ Rie werd voor het discopubliek een vertrouwde verschijning achter de bar. Samen met Ine Vlutters-Klieverik, Rita Wekking achter de bar, Jeroen Hil­genberg en Herman Vlutters voor de muziek en Toon Tibben als regelaar van alles en nog wat draaide de Apollo op volle toeren. Het was één grote fami­lie waarin iedereen met de ogen dicht van elkaar wist wat er moest gebeuren, vanaf het open gaan tot en met het schoonmaken van de toiletten.

‘Moeders’
Rie: ‘Iedereen noemde mij moeders. Dat vond ik best leuk, want ik had twee jongens en geen dochters. Het plezier zat ‘m ook in de kleine dingen, zoals Toon Tib­ben die Jan altijd steevast be­groette als “Liedentree”.’ Met regelmaat gingen Rie en Jan met hun medewerkers op stap. De gezelligheid stond altijd voorop. Terwijl sommige ouders liever niet hadden dat hun kinderen bij de Apollo naar binnen gingen, reageerden an­dere ouders juist weer tegenge­steld. ‘Ik werd wel eens opgebeld door ouders die mij vroegen om hun kinderen toch alsjeblieft een pasje te geven en binnen te laten. Dan wisten ze tenminste waar hun kinderen uithin­gen.’

Grote hoop
Legendarisch was het garderobebeleid van Apollo dat samengevat kan wor­den onder het motto: gooi het maar op de grote hoop. Rie: ‘Je had toen zo’n periode dat bijna alle jongeren van die groene legerjassen droegen. Binnen de kortste keren lag er een gigantische sta­pel van die jassen achter de discotafel en probeer dan maar eens de goede jas terug te vinden. Meestal pakte iemand bij het weggaan gewoon een willekeu­rige jas van de stapel en trok die aan. Zolang iedereen dat deed was er nooit een probleem.’ Rie is er best trots op dat veel van de jongeren die bij haar in de horeca kwamen nog altijd op één of andere wijze actief zijn in het vak. Van hen is Toon Tibben het meest promi­nent aanwezig in Oldenzaal met meer­dere horecazaken aan de Groote Markt, samen met zijn zoon Thijs. ‘Toon is nog steeds een steun en toeverlaat voor mijn moeder’, wil Rie’s zoon Harry nog graag even benadrukken.

Beetje krap
Dat brengt Rie op de reden waarom Toon überhaupt bij haar terechtkwam. ‘Toon had nog een kaartje staan, maar zat tijdelijk een beetje krap. Toen hebben we hem voorgesteld om dan maar gewoon wat werk voor ons te doen. Hij is nooit meer weg gegaan. ‘Nen prachtig’n kearl’, zegt Rie uit de grond van haar hart. Midden jaren ’70 werd het geleidelijk wat minder in de Apollo, mede door de concurrentie van onder meer de Trio Club. Jan en Rie zaten echter niet bij de pakken neer en ruilden hun Apollo-formule eind jaren ’70 in voor een bistro. ’t Klokhoes was een feit. Met kleine hapjes als kip-knof, kipfilet en sateetjes waren Jan en Rie feitelijk de voorlopers van de latere shoarma-tenten, want zaken waar het uitgaanspubliek even wat kon eten, die waren er toen nog niet. Met het plotselinge overlijden van Jan kwam er een einde aan een bijzondere tijd, waarin Jan en Rie een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten in het uit­gaanshart van Oldenzaal. Zoon Harry nam de zaak een aantal jaren onder zijn hoede, maar hij bezat niet het echte ho­recavuur dat nodig is om te slagen in deze branche. In 2004 verkocht Rie het pand, waarin zij samen met Jan en haar twee zoons een aantal geweldige jaren heeft beleefd. Het was een tijd waar­aan talloze oudere Oldenzalers en ex-Oldenzalers geweldige herinneringen hebben over gehouden.

Toon Tibben
Ook Toon Tibben kijkt met veel plezier terug op tijd dat hij via de discotheek van Jan en Rie Liedenbaum het horecavak in rolde. ‘Het is inderdaad zo, dat ik er als vaste klant nog een kaartje had staan van 150 gulden of zoiets. Ik vroeg toen aan Jan of ik dat niet kon afbetalen door met carnaval aan de deur te staan bij de Apollo. Jan vond dat prima en het ging kennelijk zo goed, dat ik na dat carnavalsweekend niet alleen mijn schuld had afbetaald, maar ook nog eens 100 gulden extra kreeg van Jan. Vervolgens heb ik een jaar of drie in de weekends bij Apollo aan de deur gestaan.’ De rol van portier was Tibben, die door de week werkzaam was in de banketbakkerij van zijn vader, op het lijf geschreven. Hij was nog geen 20 in die tijd, maar straalde natuurlijk gezag uit en beschikte toen al over een gezonde dosis mensenkennis. Hij was ook niet bang aangelegd en gebruikte als het nodig was zijn fysieke kracht om lastige klanten buiten de deur te houden of juist naar buiten te werken. Tibben: ‘Het was eigenlijk heel simpel, als portier moest je er voor zorgen dat je niet de verkeerden binnen kreeg. In die tijd liep er in Oldenzaal het nodige verkeerde volk rond onder het uitgaanspubliek. Ik had vanaf het begin door wat voor vlees ik in de kuip had. Ik had er ook geen moeite mee om kerels, die soms twee koppen groter waren, er uit te gooien. Trouwens, grote problemen waren er niet echt bij Apollo, want de sfeer was er altijd heel gemoedelijk. Een beetje een ons-kent-onssfeertje, omdat er vooral Oldenzaalse jongeren kwamen en een publiek dat wat jonger was dan bij de Trio Club. Bovendien weerden wij jongens met lang haar niet. Wij keken niet naar de lengte van het haar, maar naar personen, die we wel of niet binnen wilden hebben.’

Natuurtalent
Hoewel Toon Tibben helemaal in zijn element was aan de deur bij Apollo, keek hij na verloop van tijd steeds vaker met een schuin oog naar de bar. Daar zou hij ook wel eens achter willen staan. Toen hij op een avond de kans kreeg om Rie als invaller te assisteren, greep hij die met beide handen aan. Ook achter de bar bleek Toon Tibben een natuurtalent. Hij deed het zo goed, dat Rie en Jan Liedenbaum de hele zaak aan hem toevertrouwden, als ze een keer samen op vakantie wilden. Die kans om zich definitief te bewijzen liet Tibben zich niet ontgaan. Hij trommelde zoveel mogelijk vrienden en bekenden op om de omzet tijdens de afwezigheid van Rie en Jan naar ongekende hoogten op te stuwen. Dat lukte wonderwel. Jan Liedenbaum gaf Tibben – op z’n Twents – het grootst denkbare compliment: ‘Ik denk dat we wel vaker op vakantie kunnen….’ Toen Jan zich niet veel later tegenover Tibben liet ontvallen, dat hij een bedrijfsleider zocht, reageerde deze prompt met: ‘Dan hoef je niet verder te zoeken’. Toon Tibben kreeg de baan; naar later zal blijken het startpunt van een even veelbewogen als imposante carrière in de horeca. Een jaar of zeven bleef Toon ‘meters maken’ bij Apollo, tot het moment dat Rie en Jan Liedenbaum besloten van de discotheek een bistro te maken.

‘t Luifeltje
Tibben wilde verder in het discowezen en hij kreeg die kans toen Jacques Bos hem vroeg bedrijfsleider te worden van kelderbar ’t Luifeltje (later bar De Kelder) aan de Steenstraat. Hij bleef er ruim drie jaar, totdat hij er van de ene op de andere dag – vlak voor carnaval! - vertrok na een conflict over het al dan niet vervangen van de geluidsinstallatie. Tibben had inmiddels voldoende ervaring opgedaan in de horeca om op eigen benen te kunnen staan. In de Boterstraat begon hij zijn eerste eigen zaak: The Pub. Daarna ging het hard met de jonge horeca-ondernemer. Hij kocht ’t Hypotheekje en nog weer later de trendy discotheek The Cornerclub. Niets wees er op dat moment op, dat die club bijna zijn ondergang zou worden….


De Tukker
Rond de tijd dat Apollo 1 1 een bistro werd, diende zich aan de overkant van de Boterstraat in de voormalige cafetaria met automatiek Grobbe een nieuwe discotheek aan: De Tukker. Hiermee ging de jongensdroom van Paul Veltmann, die toen net uit militaire dienst kwam, in vervulling. De jongeman had zijn middenstands- en horecapapieren en liep al een tijdje met het plan rond een discotheek te beginnen. Het was Herman Cramer, van de meubelzaak, die Veltmann financieel hielp zijn droom te verwezenlijken. Zo werden de rollen ook verdeeld: Cramer bleef als belangrijkste investeerder op de achtergrond, Veltmann runde de discotheek. Veltmann, die inmiddels een drukkerij heeft in Enschede, lachend: ‘Herman kwam alleen om een biertje te drinken.’ Het concept van De Tukker was simpel. Veltmann: ‘Het interieur was gemoedelijk, gezellig. Met een haardvuur en zo. Ik heb er een draaitafel in gezet en we zijn begonnen.’ Met Peter Bussmann en Laurens Spit als dj’s wist De Tukker al gauw een groot, voornamelijk Oldenzaals, publiek aan zich te binden. Lang duurde de horecadroom van Veltmann niet. Na een jaar of vijf kwam, mede door de aanzuigende werking van de Trio Club in de Molenstraat en ’t Siepelke, de klad er in. Toen zich een koper aandiende, hoefde Paul Veltmann niet lang na te denken. Achteraf zegt hij: ‘Laten we het er maar op houden dat ik niet echt geschikt was voor de horeca.’ Spijt van zijn avontuur met De Tukker heeft hij geenszins. ‘Het was een verschrikkelijk mooie tijd.’

Fotomateriaal: Beschikbaar gesteld door de gemeente Oldenzaal en diverse privé collecties.

In het boek “Een verdraaid mooi tijd” wordt de opkomst en neergang van Oldenzaal als discostad beschreven. Het boek is te koop bij de (regionale) boekhandel.

Naar Inhoudsopgave

Reacties